vdPClassify voor NLCS

vdPClassify kan ook worden ingezet om bestaande DWG-bestanden met een eigen laag codering om te zetten naar naar DWG-bestanden compatible met NLCS (= Nederlandse CAD-standaard voor de GWW-sector). Hiertoe worden specifieke data-filters gemaakt en property-filters voor de conversie ingericht.

Tijdens de analyse fase wordt inzicht verkregen in de huidige laag coderingen, gebruikte lijn typen en blok namen. Daarna wordt een ‘mapping’ gedefinieerd naar de betreffende NLCS-coderingen. Wanneer de stuurtabel hiermee is ingericht, wordt door de vdPClassify conversie functie de bestaande structuur snel en betrouwbaar omgezet naar een NLCS-structuur in de DWG.

Meer informatie?
Vraag het de cadgis-specialist

vdPClassify, migratie fase

vdPClassify is ontwikkeld om informatie over DWG-elementen op te slaan in een migratie-schema en hierin tevens de ‘mapping’ vast te leggen naar de betreffende database-tabellen en attributen.

Vanuit de vdPClassify analyse worden de filters in de migratie stuurtabel gemaakt:

  • Is de laagnaam gelijk aan ”Kabels_OV”?
  • Is er objectdata gekoppeld met als tabelnaam “Kabels”?
  • Dan is het object een “Kabel_OV” feature.

Vervolgens wordt met behulp van krachtige property-filters informatie uit de objecten gelezen.

  • Geometrie vanuit de coördinaten.
  • Uniek ID vanuit AutoCAD-handle.
  • Themanaam staat direct in stuurtabel.
  • Materiaal vanuit objectdata.
  • etc.

Als voorbeeld het resultaat van één AutoCAD polyline uitgeschreven naar GML met beperkte IMKL-informatie.

Meer informatie?
Vraag het de cadgis-specialist

vdPClassify, analyse fase

vdPClassify is ontwikkeld om informatie over DWG-elementen op te slaan in een migratie-schema en hierin tevens de ‘mapping’ vast te leggen naar de betreffende database-tabellen en attributen.

De eerste stap in een vdPClassify project is een onsite analyse van de betreffende AutoCAD DWG bestanden. Met behulp van functies uit de vdPClassify toolkit kan één van onze consultants informatie over de tekening(en) analyseren. Denk daarbij aan een overzicht van de laagnamen die in gebruik zijn, welk soort elementen staan hierop en is hier in de vorm van xdata of objectdata informatie aan gekoppeld. Kan uit de structuur van de laagnamen een classificatie worden afgeleid, vertellen kleur of lijntype iets over de status van het object etc.

Op basis van deze informatie kunnen de slimme data-filters worden gebouwd waarmee de gewenste objecten uit de tekening(en) kunnen worden gefilterd.

Meer informatie?
Vraag het de cadgis-specialist

vdPClassify, introductie

vdPClassify is ontwikkeld om informatie over DWG-elementen op te slaan in een migratie-schema en hierin tevens de ‘mapping’ vast te leggen naar de betreffende database-tabellen en attributen.

vdPClassify wordt momenteel ingezet bij data-migratie projecten ten behoeve van de WIBON (= Wet informatie-uitwisseling boven en ondergrondse netten en netwerken).
Door middel van slimme data-filters worden objecten uit de tekeningen gefilterd. Vervolgens wordt met behulp van krachtige property-filters informatie uit de objecten gelezen.

In z’n algemeenheid kun je in een AutoCAD tekening objecten herkennen aan een combinatie van entitytype en layername, linetype of blockname. Met behulp van deze combinatie kan het IMKL-objecttype worden bepaald. Daarnaast bevatten AutoCAD-elementen informatie in de vorm van blockattributes, xdata of objectdata. Deze informatie kan worden omgezet naar IMKL-attributen.

vdPClassify bestaat uit een consulting toolkit. Hiermee kunnen we een onsite analyse uitvoeren, een migratie stuurtabel maken en de data in het gewenste formaat uitschrijven.
Gebruikers kunnen vervolgens zelfstandig de conversies uitvoeren met behulp van de vdPClassify runtime.

Meer informatie?
Vraag het de cadgis-specialist

Inlezen XYZ coördinatenlijst gestuurde boring in AutoCAD

Eén van de projecten waar vdPConsulting de afgelopen jaren als subcontractor aan heeft gewerkt is de ontwikkeling van maatwerk functionaliteit in AutoCAD Map/FDO om asset beheer en ontwerp informatie op de kaart te zetten.

In deze post wil ik een subproject beschrijven waarbij functionaliteit in het CAD maatwerk is geïmplementeerd om een XYZ coördinatenlijst van een gestuurde boring in te lezen. Tijdens zo’n boring wordt de XYZ locatie van de boorkop gevolgd en als een rapport opgeleverd.

Het inlezen en verwerken van dat rapport gebeurt in twee stappen:

  • Inlezen Coördinatenlijst en aanmaken 3DPolyline
  • Genereren Profiel vanuit 3DPolyline

Inlezen Coördinatenlijst en aanmaken 3DPolyline
Deze functie geeft de mogelijkheid om het gewenste XYZ coördinatenbestand te selecteren. Zo’n bestand moet een tab-gescheiden tekstbestand zijn. Het bestand moet eventueel worden opgeschoond waarbij niet relevante informatie wordt verwijderd. De eerste regel die overblijft is de regel met de kolomnamen en vervolgens de regels met data. Deze informatie wordt in een datagrid weergegeven. De gebruiker kan vervolgens de gewenste kolommen selecteren die de XYZ informatie bevatten. Daarna kan met die coördinaten de 3DPolyline getekend worden.

Het resultaat is een 3DPolyline in bovenaanzicht op de situatie getekend. Het beginpunt van de profiellijn is gemarkeerd en de gemeten punten zijn voorzien van volgnummers, ter informatie.
Deze lijn kan door onderstaande functie omgezet worden naar een profiel, maar ook door de Leiding functie worden omgezet naar een Leiding asset.

Genereren Profiel vanuit 3DPolyline
Deze functie geeft de mogelijkheid om een 3DPolyline om te zetten naar een profiel. Dit kan een 3DPolyline vanuit bovenstaande XYZ coördinatenbestand zijn of een 3DPolyline die reeds op een aangeleverde AutoCAD DWG staat getekend. Na het selecteren van de 3DPolyline “hangt” deze aan de cursor en kan de gebruiker het Profiel naar de gewenste positie slepen. Dit is in het CAD maatwerk geïmplementeerd door middel van zgn. Jig functionaliteit, analoog aan het inserten van blocks.

Als de boring van rechts naar links op de situatie staat, dan is het gewenst om ook het profiel van rechts naar links te tekenen. De gebruiker kan tijdens het slepen van het profiel met de cursor (met daaraan geplakt het profiel) naar de rechterkant van de tekening bewegen. Wanneer het profiel bijna van de tekening lijkt te vallen, dan zorgt een tweede functie in de Jig ervoor dat het profiel wordt gespiegeld en hangt deze opeens links van de cursor. Hierdoor komen de posities van het 0-punt van het profiel in situatie en dat van het profielaanzicht met elkaar overeen.

Het resultaat is een 2DPolyline in profielaanzicht op of onder de situatie getekend. Het beginpunt van de profiellijn is gemarkeerd en de gemeten punten voorzien van volgnummers, ter informatie. Daarnaast is er een NAP-lijn toegevoegd.

Als je belangstelling hebt voor de implementatie van soortgelijk AutoCAD maatwerk neem gerust contact op.