de BGT en de Blije Bronhouder

Herken je dit ?
de GBKN in bebouwd gebiedHet LKI-datamodel dat momenteel wordt gebruikt voor de GBKN is na bijna 25 jaar toe aan een opvolger. Het oude model focust op kaartproductie met nadruk op de beschrijving van de landmeetkundige kwaliteit. De GBKN is een punt- en lijngerichte kaart. Momenteel vindt uitwisseling van data plaats door middel van bestanden in NEN1878 formaat. De kaart wordt beheerd door Overheden, Nutsbedrijven en de Stichting LSV GBKN.

De afdelingen die belast zijn met het Beheer van de Openbare Ruimte ( BOR ) gebruiken deze GBKN als ‘onderlegger’. Zij tekenen met behulp van hun beheersoftware vlakken bovenop de GBKN lijnen en maken hun eigen beheerkaart om daar hun beheeraspecten aan te koppelen.
Hierdoor wordt de beheergeometrie los van de basiskaartgeometrie beheerd, met alle kans op ‘uit de pas lopen’ van dien.

De Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) gaat alle objecten, zoals huizen, wegen en dijken die in het terrein aanwezig zijn, vastleggen. De BGT wordt een nieuwe basisregistratie, gebaseerd op de huidige Grootschalige Basiskaart Nederland (GBKN) en is waarschijnlijk in 2015 klaar. Alle overheden kunnen dan dezelfde basisset grootschalige topografie van Nederland gebruiken.

De komst van de BGT gaat er dus voor zorgen dat het ‘uit de pas lopen’ van basis- en beheergeometrie voorgoed verleden tijd is.

Goed verhaal, hoe dan ?
de BGT met opdelende en inrichtende objecten op alle nivo'sHet BGT datamodel heeft het over gesloten verharding, open verharding, half verhard en onverhard. De beheerders hebben het over asfalt, cementbeton, betonstraatstenen, gebakken klinkers, tegels, sierbestrating, grasbeton, schelpen, puin, grind, gravel, boomschors en zand.
Dan moeten we wéér op twee plekken data gaan bijhouden, dat kan toch niet de bedoeling zijn ?

Daarom heeft Geonovum ruim een jaar geleden het initiatief genomen om gemeenten, provincies, ingenieursbureaus, software ontwikkelaars & consultants input te vragen voor IMGeo v2.0. In IMGeo v2.0 is ‘ruimte’ voor meer gedetailleerde attributen en ook het opsplitsen van objecten naar deel-objecten ten behoeve van beheer behoort tot de mogelijkheden.

Hoe worden we hier nu blij van ?
Als de afdeling Geo bij het opbouwen van de BGT rekening houdt met de extra’s die IMGeo biedt, dan wordt de kaart intern bruikbaar voor de afdeling BOR.

Dat lijkt extra werk bij het opbouwen van de BGT, maar dat is werk dat anders toch op de beheerafdelingen moet worden gedaan. Bovendien is meer detail aanbrengen in de attributen niet veel extra werk. Het vergt overleg met de betrokken afdelingen over naamgeving. Verder moet het natuurlijk mogelijk blijven om hier BGT attributen van af te leiden. Dat is geborgd in het IMGeo v2.0 datamodel.
Het opdelen van objecten vergt wel extra werk; soms zal er zelfs een landmeter voor naar buiten moeten. Hiermee bereik je enerzijds een hoge kwaliteit, anderzijds hoeft de beheerder dit later niet meer in te vullen. Ook hier moet er softwarematig voor worden gezorgd dat de IMGeo objecten worden samengevoegd tot BGT objecten.

Als de afdeling Geo dit proces ter hand neemt, dan wordt één groep – de bronhouder van de BGT – verantwoordelijk voor kwaliteit en actualiteit van de Geodata en leveren ze basis Geodata die door beheerafdelingen kunnen worden gebruikt. Met deze manier van werken zal de afdeling Geo weer echt tot zijn recht komen.

Maak van de komst van de BGT dus een feestje!
De Geo Academie organiseert een ‘de BGT en de Blije Bronhouder’ workshop. Erik Meerburg en Henny van der Pol nemen de deelnemers mee op de zoektocht naar de kansen van de BGT.